Hoe gebruik je de Klimaateffectatlas?

Door klimaatverandering worden de zomers heter en de winters zachter en natter. Bovendien stijgt de zeespiegel en nemen de weersextremen toe. Dit betekent dat piekneerslagen, hitte, droogte en intenser kunnen zijn en vaker kunnen voorkomen. De Klimaateffectatlas helpt je om een eerste indruk te krijgen van deze gevolgen van klimaatverandering voor je eigen gebied. De atlas bestaat uit een viewer en kaartverhalen. Op deze pagina lees je wat je met de Klimaateffectatlas kunt, en hoe je de viewer en kaartverhalen gebruikt.

Wat kun je met de Klimaateffectatlas?

Voor lokale en regionale overheden is de atlas heel geschikt om te gebruiken als startpunt voor de klimaatstresstest. Daarnaast is de atlas relevant voor bijvoorbeeld onderwijsinstellingen, studenten, bedrijven en burgers. De Klimaateffectatlas is gebaseerd op landelijke gegevens en het gebruik ervan is gratis. Net als het Deltaprogramma Ruimtelijke adaptatie gaat de Klimaateffectatlas voor de klimaateffecten uit van de indeling in de vier thema’s: overstromingen, wateroverlast, droogte en hitte. De atlas geeft je niet alleen een eerste indruk van de effecten die klimaatverandering nu en in de toekomst kan hebben op Nederland. Er staan ook kaarten in die context geven, zoals bodemkaarten en kaarten die een indruk geven waar kansen liggen. De zoomfunctie geeft je de mogelijkheid om naar je eigen gemeente in te zoomen.

Waarvoor gebruik je de kaartverhalen?

De kaartverhalen geven achtergrondinformatie bij de belangrijkste kaarten. Ze vertellen wat je op de kaarten ziet en helpen je om met de informatie aan de slag te gaan. In de atlas staan vijf kaartverhalen: Overstroming, Droogte, Wateroverlast, Hitte en Basiskaarten. Je vindt de kaartverhalen via de tab Kaartverhalen boven in de website van de Klimaateffectatlas. Daarnaast kun je bij de belangrijkste kaarten in de viewer doorklikken naar het kaartverhaal dat erbij hoort.

Kaartverhalen

Afbeelding:  De beschikbare kaartverhalen van de thema's wateroverlast, droogte, hitte en overstroming.

Hoe gebruik je de viewer?

In de viewer staan alle kaarten. Links in het scherm zie je het blokje ‘Kaartlagen toevoegen’. In dat blokje kun je kaartlagen selecteren. Je kunt daarbij filteren op thema. Ben je bijvoorbeeld geïnteresseerd in kaarten over wateroverlast, dan klik je dat thema aan. Onder ‘Thematische lagen’ vind je alle kaarten, verdeeld in vier categorieën. Hieronder leggen we uit wat deze thematische lagen betekenen en welke stappen je neemt om één of meer kaartlagen te bekijken.

Hoe zijn de kaarten ingedeeld?

De kaarten in de Klimaateffectatlas zijn verdeeld in vier categorieën, die we hier thematische lagen noemen. Je kunt verschillende kaarten met elkaar combineren om te zien welke gebieden kwetsbaar zijn en om te verkennen waar je adaptatiemaatregelen zou kunnen nemen. 

De figuur hieronder geeft aan hoe de thematische lagen zich tot elkaar verhouden:

bakjes

  • In de thematische laag ‘Klimaatverandering’ zitten algemene kaarten over klimaatverandering van het KNMI. Voorbeelden zijn het aantal tropische dagen en de jaarlijkse neerslag.
  • De laag ‘fysieke gevolgen’ bevat informatie over de gevolgen van klimaatverandering voor een gebied, rekening houdend met de ligging van dat gebied. Denk hierbij aan aspecten als het watersysteem, reliëf en bodem. Voorbeelden van kaartlagen zijn waterdiepte bij een hevige bui, het stedelijk hitte-eilandeffect en bodemdaling. Deze kaarten doen nog geen uitspraken over de mogelijke gevolgen voor mens en leefomgeving.
  • De laag ‘impacts’ gaat wel over de gevolgen voor mens en leefomgeving. Deze kaarten tonen de risico’s en soms ook kansen van fysieke gevolgen. Voorbeelden zijn de hittekaart gevoelstemperatuur, het risico op paalrot en stedelijke infiltratiekansen.
  • De kaarten in de laag ‘basiskaarten’ kun je gebruiken voor extra context, bijvoorbeeld over bodem, groen en wijken.

Hoe kun je kaartlagen bekijken?

Heb je één of meer kaartlagen geselecteerd in het linkerblokje? Dan klik je rechts bovenin op ‘Kaartlagen bekijken’. Er verschijnt dan een blokje waarin je het scenario kunt selecteren. Je kunt het huidige klimaat vergelijken met twee scenario’s: het scenario ‘2050 Laag’ waarin het klimaat beperkt verandert en het scenario ‘2050 Hoog’ waarin het klimaat sterk verandert. Het huidige klimaat is gebaseerd op gegevens uit de periode 1980 tot 2010. Aan de grijze velden onder elke kaartlaag kun je zien welke scenario’s voor die kaart beschikbaar zijn. Alleen de kaartlagen waarvan het scenario beschikbaar is, worden in de viewer getoond. De scenario’s laag en hoog zijn afgestemd op de klimaatscenario’s van het KNMI, en soms ook informatie over sociaal-economische scenario’s: meer informatie hierover vind je in de FAQ.

Met de knoppen kun je het scenario aanpassen

Afbeelding: Met de knoppen kun je het scenario aanpassen.

De grijze velden geven aan dat voor deze kaart drie scenario’s beschikbaar zijn.

Afbeelding: De grijze velden geven aan dat voor deze kaart drie scenario’s beschikbaar zijn.

Sluiten